backgroundtop
Logo van depolshand.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE POLS HAND / CARPAAL TUNNEL SYNDROOM (CTS)

<a href=”http://adobe.com/go/getflashplayer”><img src=”http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif” alt=”Get Adobe Flash player” /></a>

CARPAAL TUNNEL

SYNDROOM (CTS)

De carpale tunnel is een tunnel die aan de voorzijde de onderarm via de pols met de hand verbindt. Door een beknelling van een belangrijke zenuw (de nervus medianus) kan er een Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) ontstaan.

Symptomen carpaal tunnel syndroom

Prikkelend, tintelend en / of pijnlijk gevoel in de handpalm en vingers,
Gezwollen of dik gevoel in de hand,
Uitstralende pijn naar de onderarm, elleboog en / of schouder,
Een krachtsvermindering van de hand

Onderzoek en diagnose bij carpaal tunnel syndroom

Lichamelijk onderzoek, elektrisch geleidingsonderzoek (NCS) of spieronderzoek (EMG)

Conservatieve behandeling carpaal tunnel syndroom

spark of polsbrace, fysiotherapie

Operatieve behandeling carpool tunnel syndroom

Onder plaatselijk verdoving wordt er ruimte voor de zenuw gemaakt

De carpale tunnel is een tunnel die aan de voorzijde de onderarm via de pols met de hand verbindt. De bedding wordt door de polsbeenderen gevormd en het dak door een stevige band die van de ene zijde naar de andere zijde van de pols verloopt (het ligamentum carpi transversum). Een zenuw (de nervus medianus) passeert onder andere deze tunnel. Ook de buigpezen lopen net als deze zenuw door de tunnel.

Door een beknelling van een belangrijke zenuw (de nervus medianus) kan er een Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) ontstaan. De beknelling van de zenuw kan ontstaan door een zwelling van het bindweefsel in de tunnel. Deze zwelling zorgt ervoor dat er druk op de zenuw komt. Het is in de meeste gevallen onbekend wat de oorzaak van de zwelling van het bindweefsel is. Oorzaken die bekend zijn voor het mogelijk ontstaan van het Carpaal Tunnel Syndroom zijn breuken in het spaakbeen, zwangerschap, rheumatoide arthritis en diabetes.

 

Symptomen carpaal tunnel syndroom

De klachten die bij het Carpaal Tunnel Syndroom worden ervaren kunnen wisselen en verschillend zijn. Symptomen die bekend zijn bij het Carpaal Tunnel Syndroom zijn onder andere:

  • Een prikkelend, tintelend en / of pijnlijk gevoel in de handpalm en vingers;
  • Een gezwollen of dik gevoel in de hand
  • Een uitstralende pijn naar de onderarm, elleboog en / of schouder
  • Een krachtsvermindering van de hand

 

Vaak worden klachten ’s nachts ervaren. Daarnaast kunnen de klachten naar voren komen tijdens activiteiten als fietsen, autorijden of dingen vasthouden. Over het algemeen komen de klachten bij één hand voor, maar het komt voor dat het Carpaal Tunnel Syndroom beiderzijds klachten geeft.

 

Onderzoek en diagnose bij carpaal tunnel syndroom

Aan de hand van een vraaggesprek over de klachten en een lichamelijk onderzoek kan de diagnose van het Carpaal Tunnel Syndroom worden gesteld. In bijna alle gevallen wordt ter bevestiging van de diagnose een elektrisch geleidingsonderzoek (NCS) of spieronderzoek (EMG) uitgevoerd. Bij milde vormen van het Carpaal Tunnel Syndroom hoeft het EMG geen afwijkingen te tonen. Dit wil dan niet zeggen dat er geen sprake is van een Carpaal Tunnel Syndroom. Als het EMG meting wel positief is wil het wel zeggen dat er vrijwel altijd een Carpaal Tunnel Syndroom aanwezig is.

 

Conservatieve behandeling carpaal tunnel syndroom

Het blijkt dat het dragen van een spalk of polsbrace met name tijdens de nacht een gunstig effect heeft op de symptomen van het Carpaal Tunnel Syndroom. Daarnaast kan de fysiotherapeut het herstelproces ondersteunen. Een ontstekingsremmende injectie (corticosteroiden) kan een vroeg Carpaal Tunnel Syndroom mogelijk genezen.

 

Operatieve behandeling carpaal tunnel syndroom

Als de klachten niet voldoende reageren op de conservatieve interventies of langer dan 3 maanden aanwezig zijn is het noodzakelijk de klacht operatief te behandelen. Als dit niet gebeurt bestaat de kans dat de zenuw blijvende schade oploopt. Het doel van de operatie is dat er meer ruimte voor de zenuw gemaakt wordt. De operatie vindt onder een plaatselijk verdoving plaats. Bij de operatie wordt een incisie aan de binnenzijde van de hand gemaakt.

Het effect van de operatie en de snelheid van het herstel zijn wisselend en zijn mede afhankelijk van de ernst en duur van de beknelling van de zenuw voor de operatie. Na de operatie kan er een onaangenaam prikkelend gevoel aanwezig zijn. Over het algemeen trekt dit binnen enkele dagen weg, maar het verminderde aanrakingsgevoel in de vingertoppen kan drie tot zes maanden duren. Ook is het mogelijk dat de (knijp)kracht van de hand verminderd is na de operatie. Dit krachtsverlies kan ongeveer twee tot drie maanden aanhouden.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL