backgroundtop
Logo van depolshand.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE POLS HAND / REUMATOÏDE ARTRITIS EN ARTROSE

REUMATOÏDE ARTRITIS EN ARTROSE

 

Bovenstaande aandoeningen zijn niet hetzelfde. Wel vallen ze beide onder de noemer reuma. Reuma is namelijk een verzamelnaam voor meerdere aandoeningen. Het gaat hierbij om aandoeningen van het bewegingsapparaat. Er worden drie hoofdgroepenonderscheiden:

  1. Reumatoïde artritis (ontstekingsreuma)
  2. Artrose (gewrichtsslijtage)
  3. Wekedelen reuma

Nummer 1 en 2 zullen hieronder behandeld worden omdat hierbij duidelijke symptomen aan de hand/vingers kunnen voorkomen. Deze klachten zullen in onderstaande tekst behandeld worden.

Bij reumatoïde artritis gaat het om  (langdurige) ontstekingen van gewrichten. De oorzaak is onbekend en het is niet duidelijk waarom er ontstekingen aanwezig zijn. Het afweersysteem speelt wel een belangrijke factor bij het ontstaan. Het micro-organisme (bacterie) wat normaal een ontsteking kan veroorzaken is afwezig. Naar alle waarschijnlijkheid kan het lichaam het eigen weefsel niet goed onderscheiden van lichaamsvreemd weefsel en ontstaat er een afweerreactie op lichaamseigen weefsel. Daarom wordt reumatoïde artritis ook wel een auto-immuunziekte genoemd.

Bij artrose gaat het om slijtage van gewrichtskraakbeen. De botstukken van een gewricht zijn namelijk met kraakbeen bedekt. Hierdoor kan het gewricht goed en soepel bewegen. Bij artrose gaat de kwaliteit hiervan achteruit. Soms kan het kraakbeen zelf geheel verdwijnen. De oorzaak van artrose is meestal slijtage welke ontstaat bij het ouder worden. Artrose kan ook ontstaan door bijvoorbeeld een sporttrauma, overbelasting, of na een breuk (fractuur). Artrose kan ook een gevolg zijn van een bepaalde aangeboren afwijking of bepaalde ziektes. Artrose kan het gevolg zijn van reumatoïde artritis.

 

Symptomen bij reumatoïde artritis en artrose

De symptomen bij reumatoïde artritis zijn veelal stijfheid, pijn, spierzwakte en vermoeidheid. Er is sprake van langdurige ochtendstijfheid van ongeveer een uur. Ook zijn er vaak algehele ziekteverschijnselen als vermoeidheid, koorts, geen eetlust enz. De gewrichten voelen vaak warm en kunnen rood en gezwollen zijn. Het beloop is erg wisselend. Zo zijn er fases met veel ontstekingen en klachten en fases met bijna geen ontstekingen. De gewrichten kunnen door de chronische ontstekingen echter beschadigen. Het bot en kraakbeen raakt beschadigd en dit kan leiden tot vergroeiingen. Er is sprake van synovitis, dit zijn ontstekingen van de synoviale vloeistof of veranderingen van het synoviale membraan. Synovia zorgt ervoor dat het gewricht gesmeerd wordt en ‘soepel loopt’. Hierdoor ontstaat er een zwelling. Het kraakbeen raakt aangetast en botten kunnen veranderen van vorm. Bij artritis gaat het altijd om schade en klachten aan meerdere gewrichten. Alle gewrichten kunnen aangedaan zijn, maar bij de klassieke reumatoïde artritis zijn ontstekingen aan de vingers- en voetgewrichten typerend. Reumatoïde artritis begint meestal ook bij de handen. Het meest opvallende symptoom zijn de ontstoken en dikke knokkels. Soms ontstaat er een scheefstand van de pink. Reumatoïde artritis komt meestal voor in de PIP-gewrichten, MCP-gewrichten en polsen. De DIP- gewrichten zijn minder vaak aangedaan. Veel voorkomende afwijkingen zijn de triggerfinger, zwanenhalsdeformatie, Boutonniere maldeformatie en de ulnaire deviatie van de pols. Zie hiervoor de beschrijvingen op www.dePolsHand.nl.

Ook kunnen er granulomen zijn, ook wel reuma knobbels of subcutane noduli genoemd.

Ook bij artrose kan er pijn ontstaat. Dit ontstaat doordat de beschermende kraakbeen laag weggesleten is en de botuiteinden tegen elkaar aan komen. Hierdoor kan er ook moeilijker bewogen worden en ontstaat er stijfheid. Doordat het kraakbeen dunner, afwezig is, komt er meer druk op het bot zelf. Hierdoor kan het bot dikker worden, misvormd raken en kunnen en botuitsteeksels (osteofyten) ontstaan. Artrose komt het vaakst voor in de heup en in de knie. Het proces stopt niet en de slijtage wordt steeds erger. Ook in de hand komt het voor, meestal in de duim en/of de DIP gewrichten van de vingers.

 

Onderzoek en diagnose bij reumatoïde artritis en artrose

Bij reumatoïde artritis wordt de diagnose gesteld op basis van een vraaggesprek (anamnese), lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. Qua aanvullende onderzoeken wordt er bloedonderzoek, röntgenonderzoek en onderzoek van de gewrichtsvloeistof (synovia) gedaan. Qua bloedonderzoek wordt er gekeken naar de bezinkingssnelheid van de rodebloedcellen (BSE) en naar CRP.  Qua röntgen wordt er gekeken of er vervormingen, botontkalking of bijvoorbeeld een verbreding van de gewrichtsspleet zichtbaar zijn. Ook wordt er middels laboratorium onderzoek gekeken of de ‘reuma factor’ aanwezig is. Dit zijn antistoffen die je eigen antistoffen aanvallen. (anti CCP)

Onderstaande criteria zijn bepalend. De diagnose RA wordt gesteld als er 4 of meer van deze criteria aanwezig zijn en als punt 1 t/m 4 minstens 4 weken bestaan.

  1. Minstens een uur ochtendstijfheid in 3 of meer gewrichten.
  2. Tegelijkertijd artritis in 3 of meer gewrichten.
  3. Tenminste in 1 handgebied (pols, MCP, PIP) artritis.
  4. Symmetrische artritis
  5. Subcutane reumanoduli
  6. Reumafactor aantoonbaar in het bloed
  7. Radiologische veranderingen aantoonbaar met röntgen.

Bij artrose zijn ook de anamnese en het lichamelijk onderzoek erg belangrijk. De diagnose kan verder bevestigd worden middels röntgenonderzoek. Op röntgen is er dan sprake van gewrichtspleetversmalling. Kraakbeen wordt namelijk niet afgebeeld of röntgen. Als een gewricht goed bekleed is met kraakbeen is er tussen de verschillende delen op röntgen een zwarte streep te zien. Als het kraakbeen weg is, is de ruimte tussen de gewrichtsdelen kleiner. Ook moet er op de röntgenfoto gekeken worden naar osteofyt vorming (botuitsteeksels), afwijkingen in de stand (deformaties), toegenomen botdichtheid (sclerose) en de aanwezigheid van cysten. De kwaliteit van het kraakbeen is echter niet te zien. Ook kan er een MRI scan gemaakt worden. Verder wordt er vaak bloedonderzoek gedaan om zaken als reumatoïde artritis uit te sluiten.

 

Conservatieve behandeling bij reumatoïde artritis en artrose

De conservatieve behandeling bij reumatoïde artritis is vooral gericht op het behouden van de functie en verbeteren van de functie van de gewrichten. Complicaties moeten voorkomen worden en de lokale belastbaarheid moet verbeterd worden. Ook moet de algehele conditie op peil gehouden worden, al dan niet verbeterd. Spalken kan bij reumatoïde artritis helpen om deformaties (blijven standsafwijkingen) tegen te gaan. Ook kan er gebruik gemaakt worden van hulpmiddelen, zoals orthopedisch schoeisel en braces. Verder is pijnbestrijding belangrijk, dit kan middels medicatie. Zo kunnen er aspirines geslikt worden om de ontsteking te remmen, paracetamol voor pijnstilling en NSAID’s. Ook zijn er nog medicijnen die ingrijpen in het reumatische ontstekingsproces. Deze medicijnen remmen de reuma en verminderen de algemene klachten.  Dit zijn DMARD’s, deze medicijnen zijn effectief, maar erg duur. Ook is deze medicatie vaak pas effectief na drie tot 6 maanden. De therapie verschilt echter per persoon. De reumatoloog geeft hier advies in.

Ook bij artrose is de behandeling in de beginfase conservatief en gebaseerd op het op elkaar afstemmen van de belasting en de belastbaarheid. De behandeling bestaat uit adviezen, eventueel medicatie, fysiotherapie en beweegprogramma’s. Voor de belasting van de gewrichten is het belangrijk om niet te zwaar te zijn, bij overgewicht wordt er geadviseerd om af te vallen. Ook moeten pijn provocerende bewegingen en activiteiten die zwaar voor de gewrichten zijn, vermeden worden. Bewegen is echter heel belangrijk om de gewrichten soepel te houden. Activiteiten als fietsen en zwemmen zijn beter dan hardlopen. Qua medicatie zijn er helaas nog geen medicijnen die het proces kunnen stoppen/afremmen. De medicatie is alleen ter pijnstilling. Fysiotherapie dient vooral ter verbetering van de kracht, conditie en mobiliteit. Soms kan er ter voorbereiding op de oefeningen gebruik gemaakt worden van massage of bijvoorbeeld korte golfbehandelingen.

  

Operatieve behandeling bij reumatoïde artritis en artrose

Wanneer de conservatieve therapie niet meer helpt, kan er operatief worden ingegrepen. Het chronische ontstekingsproces kan ook met een operatie niet genezen worden. Het doel van een operatie is het herstellen van het gewricht en het verminderen of opheffen van de pijn. Ook kunnen er preventief operaties uitgevoerd worden. Bij jongere mensen is er een voorkeur voor gewrichtsbesparende operaties t.o.v. het plaatsen van een prothese. De timing van de operatie is ook erg belangrijk. Ook zijn er bij RA altijd meerdere gewrichten aangedaan. Er moet daarom altijd naar de onderlinge samenhang gekeken worden.

Bij een reuma-hand op basis van reumatoïde artritis kunnen er verschillen operaties overwogen worden. De volgende procedures worden toegepast:

  • Synovectomie; het verwijderen van de ontstoken synoviale membraan. (Hierdoor kunnen peesrupturen en gewrichtsafwijkingen verminderd en uitgesteld worden.)
  • Osteotomie; doornemen van het bot, waardoor de stand veranderd wordt en het gewricht op een andere wijze wordt belast.
  • Peesreconstructie (kan zowel voor de buig- als de strekpezen)
  • Arthroplastiek; gewrichtsvervanging. (Hierbij wordt gestreefd naar een pijnvrij, goed functionerend gewricht.)
  • Arthrodese; vastzetten van een gewricht. (het gewricht is pijnvrij en stabiel, nadeel is dat er een blijvende gewrichtsbeperking is.)

Het doel van de operatieve therapie bij artrose is, net als bij de conservatieve therapie, functieverbetering en pijnvermindering. Er zijn ook bij artrose verschillende operaties mogelijk. Zo kan bij duimbasis-artrose dan één helft van het gewricht verwijderd worden (‘ansjovis’ of ‘sardellen’ plastiek). Er kan een artroscopie (kijkoperatie) uitgevoerd worden, waarbij het gewricht schoongemaakt wordt. Verder kan middels een osteotomie (correctie van de afwijkende stand), het overbelaste deel/bot worden ontlast. Ook kunnen gewrichten vastgezet worden, artrodese is de naam daarvoor. Dit wordt meestal toegepast bij de eindgewrichten van de vingers (DIP gewrichten).  Een gewrichtsvervangende operatie d.m.v. een prothese is ook een optie. Total knee en total hip operaties worden ook vaak toegepast, hierbij krijg de patiënt ook een prothese.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL